Oplopen en voorbijlopen: het antwoord!

Oplopen en voorbijlopen wanneer wel en wanneer niet.

Mijn spontane reactie is, niet doen. Waarom zou je als recreatievaarder, op vakantie? Aan de hekgolven die de oploper afhankelijk van rompvorm, diepte van het vaarwater en snelheid trekt lees je het te leveren vermogen af. Een groot schip voorbijlopen kost veel motorvermogen door de retourstroom van het grote schip. Daardoor duurt het voorbijlopen vaak onnodig lang.

Maar de vraag van vorige week ging over rechten en plichten bij het voorbijlopen.

In beginsel loopt de oploper voorbij aan de bakboordzijde van de opgelopene.

Het zeilschip in tekening 1 mag echter, indien er genoeg ruimte is aan de stuurboordzijde van de opgelopene voorbijvaren. (6.10 lid 1). In het volgende lid staat dat het zeilschip een ander zeilschip zo mogelijk aan loef voorbij moet lopen. Het hoeft dus niet. Maar aan loef gaat het voorbijlopen sneller. In tekening 2 mag de motorboot aan bakboord voorbijlopen. Het vrachtschip in tekening 3 mag voorbijlopen als het voorbijvarende zeilschip niet plotseling van koers of snelheid hoeft te veranderen. Het zeilschip vaart aan zijn stuurboordwal en heeft voorrang op grond van artikel 6.04 (het schip dat niet aan stuurboordzijde vaart verleent voorrang). Dus oplopers verlenen altijd voorrang en mogen alleen voorbijlopen als “dat zonder gevaar voor andere schepen (ook kleine) kan geschieden”. Alle schepen die worden opgelopen verlenen medewerking, vergemakkelijken het voorbijlopen en minderen zonodig snelheid.

De opgelopen schepen in tekening 1 en 2 zouden het voorbijlopen makkelijker kunnen maken door wat meer aan hun stuurboordwal te gaan varen. (achteruitkijkspiegel) De kleine motorboot in tekening 3 moet oppassen dat het niet op de wal wordt gezet in de retourstroom van het grote schip en voldoende vrijvaren als het grote schip bijna voorbij is gevaren.

Deze column stond eerder in de Dokkumer courant

 

Toerzeilerslid John Coenders schrijft al een aantal jaren columns voor de Dokkumer courant en het Kollums dagblad over varen. Daarnaast plaatst hij de laatste jaren posts vanuit een didactisch concept over vraagstukken van en voor zeilers.

Oplopen en voorbijlopen
Varend op de Dokkumer Ee, Margietkanaal, van Starkenburg kanaal of Jelte sloot is er zeker in het hoogseizoen vaak sprake van voorbijvaren, oplopen en voorbijlopen. Wat betekenen deze termen volgens het vaarreglement? Welke zijn de regels volgens het BPR en wat betekenen deze in de praktijk?
Oplopen wil zeggen dat “een schip een ander schip nadert uit een richting van meer dan 22°30’ achterlijke dan dwars”. Voorbijlopen is de manoeuvre “die het gevolg is van oplopen totdat de schepen geheel vrij van elkaar zijn gevaren”. Twee schepen varen elkaar voorbij als ‘zij elkaar naderen op koersen die recht of vrijwel recht aan elkaar tegengesteld zijn en elkaar passeren’.
Welke zijn nu de rechten en plichten van oplopers, voorbijlopers en de voorbijgelopen schepen, volgens het BPR?
In tekening 1 (links) wil het klein zeilschip het andere zeilschip voor lopen aan zijn stuurboordskant, mag dat? In tekening 2 loopt het kleine motorschip het andere motorschip aan zijn bakboordzijde voorbij, mag dat? In tekening drie wil het oplopend vrachtschip het kleine motorschip aan zijn bakboordzijde voorbijlopen. Het kleine zeilschip dat dan voorbij wordt gevaren vaart aan zijn stuurboordwal, mag het vrachtschip voorbijlopen?

Oploppen en voorbijlopen 2.


Wij zullen regelmatig een vraagstuk van John Coenders gaan plaatsen. Over een aantal dagen geeft John het antwoord.

Gelezen: 206 keer