Belangenbehartiging en Standpunten

HomeVaarbelangenCommissieBelangenbehartiging en Standpunten
HomeVaarbelangenCommissieBelangenbehartiging en Standpunten

In de statuten van De Toerzeilers neemt de belangenbehartiging een belangrijke plaats in. De commissie Vaarbelangen speelt hierbij een centrale rol. Zij houdt planologische en andersoortige ontwikkelingen van invloed op vaargebied en vaargedrag in de gaten en stelt zo nodig actie voor. Op diverse gebieden nemen commissieleden deel aan overleg zoals het Toeristisch Overleg Waddenzee en het Recreatie-platform voor de Zuidwestelijke Delta.

De vereniging bundelt de kracht met andere bonden en verenigingen in het Platform Waterrecreatie. Het Platform vormt tezamen met Hiswa, Sportvisserij Nederland, de ANWB en het Watersportverbond de groep private leden van de nationale koepel Waterrecreatie Nederland. Haar taak is het behoud en de uitbouw van het landelijke toervaartnet, de zorg voor veiligheid en duurzaamheid en de daarmee samenhangende belangenbehartiging.

Wij onderscheiden de volgende onderwerpen:

1. Onbelemmerd vaarwater

2. Ontwikkeling toervaarnet met voorzieningen

3. Veiligheid

4. Beperkende regelgeving

5. Betaalbaarheid

6. Landschap

7. Natuur en Milieu

8. Organisatie waterrecreatie

1. Onbelemmerd vaarwater

1.1. Brug- en sluisbediening.

Door rationalisering bij Rijkswaterstaat wordt de bediening op de rijkswateren minder frequent. Toenemende verkeersdrukte leidt daarbij tot fricties tussen vaar- en weggebruikers.. De algemene informatievoorziening van Rijkswaterstaat is goed; bij concrete werkzaamheden laat het noodzakelijke tijdige overleg nog te wensen over.

Er wordt meer en meer afstandsbediening ingevoerd, die in principe 24-uurs bediening mogelijk maakt (in Zeeland al ingevoerd), waardoor ook de continuïteit minder mens afhankelijk wordt.

Standpunt. Alert blijven op onnodige verdere inperking -op zowel rijks- als regionale wateren- en blijven ijveren voor adequate openingstijden ook bij de spoorbruggen.

Inzetten op goed overleg met Rijkswaterstaat om voor beide soorten gebruikers tot efficiënte oplossingen te komen. Het vaarseizoen wordt langer; einde zomerperiode moet verschoven worden naar 1-11.

Na de spits moet er voldoende bedieningstijd zijn om wachtende jachten door te laten. Gelijktijdige doorvaart van beide kanten moet worden bevorderd; opstomen bij groen-rood om opening kort te houden. Info in Varen Doe Je Samen is hierbij van veel belang. Inmiddels is in het gewijzigde BPR (ingegaan 1-1-2016) voor beide standpunten ruimte gemaakt.

Steunen RWS in hun beleid om misbruik van wachtsteigers (overnachten) tegen te gaan.

1.2 Staande-mast-route

De enige binnenlandse verbinding tussen Delfzijl en Vlissingen voor zeiljachten met staande mast. Vooral tussen Amsterdam/Haarlem en Gouda zijn er beperkingen en komen er onverwachte stremmingen voor.

Standpunt. Het moet te allen tijde mogelijk zijn in één etmaal van Amsterdam naar Dordrecht te komen. Medewerking verlenen aan “Blauwe Golf”, niet als hype maar als noodzaak. De toenemende containervaart vereist nadere afstemming tussen beide vaarweggebruikers. Ook de aandacht voor het traject Amsterdam-Delfzijl niet laten verslappen. Waakzaam blijven !

1.3 Doorvaart windparken op zee

In het Nationaal Waterplan/Beleidsnota Noordzee (december 2015) is vastgelegd dat schepen van 24 meter of kleiner met AIS-B en marifoon (basiscertificaat voldoet) de windparken (Gemini-parken uitgezonderd) op zee mogen doorkruisen. Ingang 1-4-2017. Dit is het resultaat van een lobby van het Platform Waterrecreatie/Toerzeilers en Watersportverbond/ Kustzeilers.

Standpunt. Platform ondersteunen om de beperkingen zo veel mogelijk in te dammen. Er mag niet bij nacht worden gevaren. De overheid spreekt over een nog op te stellen gedragscode voor varen bij slecht weer. Voordat de pilot in 2017start moet alles duidelijk zijn gecommuniceerd.

1.4 MZI’s (Mosselzaad invang installaties)

Deze worden geplaatst bij (vaar)geulen in Zeeland en op de Waddenzee. Soms liggen ze vlak naast de vaargeul, is de bebakening niet duidelijk en zijn ze onverlicht.

Standpunt. Vaargeulen moeten te allen tijde veilig kunnen worden gebruikt. Bij inperking van het vaarwater moet de watersportsector tijdig kunnen inspreken/bezwaar maken.

1.5 Fonteinkruid

Door de verbeterde waterkwaliteit (minder fosfaten) is de laatste jaren een woekering van fonteinkruid ontstaan. Deze waterplant (een zgn. pioniersgewas) groeit snel naar het oppervlak en vormt daar grote drijfvelden, waarin de recreatievaart vast komt te zitten Vooral op de Randmeren. Ook op het Markermeer langs de Noordhollandse kust (Hoornse Hop) ondervinden jachten enorme overlast. Ook KNRM en Reddingbrigade ervaren hinder. Straks is m.n. Hoorn niet meer bereikbaar! RWS beperkt het maaien tot de vaargeulen. Voor de Randmeren was vanuit het Rijk eenmalig Euro 150.000 beschikbaar gesteld voor aanvullend maaiwerk. Dit budget is in 2016 uitgeput. In december 2016 is een motie van VVD/PvdA aangenomen, die de regering oproept de problematiek van de overmatige waterplantengroei te inventariseren, aan te geven welke acties daaruit resulteren en op basis daarvan met het maatschappelijke veld te overleggen over de aanpak van de overmatige waterplantengroei in de Randmeren.

In Noord-Brabant neemt het Waterschap Aa en Maas proeven met een mobiele bioraffinaderij bij het uitroeien van woekerende waterplanten. Project volgen om te zien of deze aanpak mogelijkheden schept voor de Randmeren.

Standpunt. Er moet gemaaid worden tot kranswieren, die 50 á 60 cm hoog groeien het pioniersgewas verdringen. RWS beheert niet alleen de vaargeulen, maar al het rijkswater en moet het maaiwerk uitbreiden. Watersportorganisaties moeten het maaiwerk faciliteren. Geen betaling door de sector.

1.6 Baggeren

Op vele plaatsen verzamelt zich slib of zand. In Fryslân heeft men de laatste jaren massaal gebaggerd. Het haventje van “De Kreupel” verzandt en dit geldt ook voor de kleine waddenhavens (Ameland, Schiermonnikoog en Noordpolderzijl). Het treedt ook op in het Westgat, de toegangsgeul tot Lauwersoog tussen Ameland en Schiermonnikoog.

Standpunt: de jachthavens moeten bereikbaar blijven. Daar waar vaarwateren onder het Basis Recreatie Toervaartnet vallen, moet de kaartdiepte gewaarborgd worden, ook als waterschappen afwijkende normen hanteren.

1.7 Stremmingen en beperkingen bij (water) bouwwerkzaamheden

Actueel: Harinxmakanaal, Den Oever, Kornwerderzand.

Standpunt. Duur van een stremming zo kort mogelijk en buiten het vaarseizoen.

1.8 Knelpunten kruisingen weg-, spoor-, en waterverbindingen

Actueel: - Amsterdam, Haarlem, Ringvaart A9 en A44

- Spoorbrug Weesp

- Gouwe, Spoorbrug Gouda, brug Alblasserdam

- Ketelbrug A6

- Haringvlietbrug

Toekomst: - Zeelandbrug

- Afsluitdijk A9

- Plannen voor bruggen over het IJ

Standpunt. Mogelijke oplossingen, indien noodzakelijk :

- tweerichtingsverkeer zoals bij de Haringvlietbrug;

- bij bedienen op vaste tijden: aanleg van voldoende wachtsteigers;

- “Blauwe Golf” op vaste tijden zoals tussen Middelburg en

Vlissingen;

- tunnel of aquaduct bij zeer intensief verkeer.

- geen IJbruggen (geen frustratie van doorgaande vaart met staande mast)

zijn primair een zaak voor Waterrecreatie Nederland om voor te ijveren. De Toerzeilers beklemtonen waar nodig gewenste maatregelen. Beweegbare bruggen in (snel)wegen, die belangrijke verkeersaders zijn, moeten op termijn vervangen worden door aquaducten. Fryslȃn geeft hier het goede voorbeeld.



2. Ontwikkeling Basis RecreatieToervaart Net (BRTN).

2.1 Handhaving Toervaartnet

Door het vervallen van de nationale aanwijzing in een zgn. Planologische Kernbeslissing en het decentralisatiebeleid van de rijksoverheid, was het voortbestaan van het toervaartnet niet meer gegarandeerd. Waterrecreatie Nederland (WRN) heeft met 11 provincies convenanten gesloten om het “Basis Recreatie Toervaart Net” (BRTN) te behouden en waar mogelijk te verbeteren. Op 16 november 2016 is het BRTN officieel getekend door de provincies en de minister van Infra-structuur en Milieu. Door lobby van de Regiegroep Recreatie & Natuur (RRN) en WRN is het toervaartnet (en de wandel- en fietsnetwerken) inmiddels geborgd in de nieuwe Omgevingswet.

Standpunt. WRN steunen in de juridische uitwerking en in de implementatie in de praktijk. In het bijzonder gaat het hier om de nationale en provinciale omgevingsvisies.

Het is van belang om bij mogelijke regionale knelpunten de actuele ontwikkeling te volgen, zo nodig in te spreken en zienswijzen in te dienen.

Een blijvend concreet aandachtspunt is het verkrijgen van meer ankerboeien op beschutte plaatsen zoals die bijv. met succes op het Haringvliet worden toegepast.

2.2 Vernieuwing van sluizen Den Oever en Kornwerderzand

Vanaf 2017/18 zullen , naast de versteviging van de Afsluitdijk, ook beide schutsluiscomplexen worden versterkt vanwege de voorziene stijging van de zeespiegel. Hier zullen gedeeltelijke en gehele stremmingen uit voortvloeien, meestal in de jaren 2017-2020.

De scheepsbouw in het achterland wil graag een extra grote schutsluis bij Kornwerderzand d.w.z. een verbreding tot 25 meter. Regio en bedrijfsleven hebben daarvoor inmiddels een financieel voorstel gedaan. In de Tweede Kamer is een motie aangenomen om Euro 30 mln. beschikbaar te stellen. Afwachten of hiermee de eindstreep wordt gehaald.

Standpunt. Door inspraak trachten de stremmingen en de timing daarvan ten gunste te beïnvloeden. De bouw van naviducten zoals bij Enkhuizen blijven bepleiten om de conflicten tussen weg- en waterverkeer definitief op te lossen.

2.3. Spoorbrug Weesp over de Vecht

Bediening overdag is voor 2017 nog steeds gegarandeerd, maar met de intensivering van het treinverkeer dreigt een steeds verdere beperking zo niet nagenoeg volledige sluiting. Zeiljachten met staande mast uit richting Loosdrecht kunnen niet uitwijken via het Amsterdam-Rijnkanaal. Merkwaardig, dat thans in Muiden het grootste aquaduct van Europa is gerealiseerd onder dezelfde Vecht!

Standpunt. Doorvaart moet verzekerd zijn binnen acceptabele tijden. Overleg met Prorail over de bedieningstijden. Voor de langere termijn: blijven aandringen op een spoortunnel.

2.4. Zoet/ zout afvoer in ZW Nederland

De Haringvlietsluizen gaan vanaf 2018 op een kier met als gevolg zout/brak water tot aan Middelharnis. Natuurorganisaties hebben in 2015 13,5 miljoen Euro ontvangen uit het Droomfonds van de Postcodeloterij om aan natuurherstel in het Haringvliet te werken. Daarnaast is het wachten op de definitieve besluitvorming over het weer zout maken van het Volkerak en Zoommeer en het terugbrengen van getij op de |Grevelingen. Begin 2017 wordt met dit laatste een begin gemaakt als de Flakkeese spuisluis in de Grevelingendam weer in bedrijf komt. Projectontwikkeling in de Grevelingen nabij de Brouwersdam tast de vaar- en aanlegmogelijkheden aan.

Standpunt. Intensief volgen en recreatievaartbelangen bepleiten waar nodig.

2.5. Verkeerspost Ouddorp.

Door bezuinigingen bij Rijkswaterstaat dreigt het verdwijnen van de bemanning van de vuurtoren. In dit lastige zeegat tussen de Maasvlakte en Goeree-Overflakkee met veel beroeps- en recreatieverkeer blijven “ogen en oren” op de vuurtoren dringend gewenst.

Standpunt. Actie van Platform Waterrecreatie, (Sport)visserij en gemeente ondersteunen om bemanning te behouden.

2.6. Nieuwe eilanden, moerassen en luwtestructuren

Vogel eiland de Kreupel en speciebergingseiland IJsseloog zijn nieuw gemaakte eilanden, die [deels] bezocht kunnen worden en vaak dienen als beschermde ankerplaats; ze zijn gelegen in/ nabij vaarroutes. In reactie op de wijzigingen in het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) hebben De Toerzeilers in 2016 met succes ingezet op vooroever ontwikkeling en bezwaar gemaakt tegen eilandplannen. Na onze reactie op plannen voor luwtestructuren in het Hoornse Hop (2016) zijn die ingetrokken.

Standpunt. Verrommeling van de leefomgeving moet worden tegen gegaan. Nieuw aan te leggen eilanden/ moerassen zoals de Markerwadden en het industriezandproject ten zuiden van Gaasterland moeten kritisch worden gevolgd.

Geen eilanden accepteren buiten deze twee behalve in de (ondiepe) vooroever. In deze gevallen licht- en horizonvervuiling beperken. Streven naar vroegtijdige betrokkenheid bij de planvorming.

2.7. Waddenzee/Noordzeekust.

Afgezien van de top in het hoogseizoen zijn er voldoende ligplaatsen in jachthavens en die zijn over het algemeen goed uitgerust. De kleinere jachthavens aan de Waddenzee- Ameland en Schiermonnikoog- hebben het vanwege de milieu-eisen moeilijk (baggerslib mag niet meer zonder meer worden gestort). Noordpolderzijl is feitelijk ontoegankelijk, wat een ernstige lacune betekent voor de oostgaande waddenvaart.

De nieuwe haven van Cadzand is eind 2016 geopend.

Standpunt: ontwikkelingen intensief volgen via m.n. het Actieplan Vaarrecreatie Waddenzee en het Toeristisch Overleg Waddenzee (TOW) en waar mogelijk beïnvloeden om jachthavens toegankelijk te houden. Het initiatief voor Holwerd aan Zee wordt toegejuicht. De rede van Vlieland vraagt om een proef met ankerboeien (moorings).

Langs de Noordzeekust is een jachthaven in Katwijk wenselijk.



3. Veiligheid.

Bevordering van de veiligheid is een eerste prioriteit van De Toerzeilers. Dit betreft zowel de juiste uitrusting afgestemd op het vaarwater als de aanwezigheid van de noodzakelijke kennis.

De papieren kaart staat onder druk. De digitale kaart (met plotter) wordt in de praktijk de standaard.

Het vaarbewijs is geen garantie voor een goed vaargedrag, maar is essentieel om je verantwoord op het water te begeven. Zie ook 4.4.

Extern is met name het programma Varen Doe Je Samen (VDJS) van belang, dat recent de tweede fase is ingegaan (2015-2020). Centraal staan de knelpunten in het binnenland; het verdient aanbeveling ook die langs de kust op te nemen.

Standpunt : Vaarregels moeten in VDJS actief gepromoot worden; iedere watersporter- ook niet vaarbewijsplichtig- moet er op een moderne manier kennis mee maken. Actief meewerken aan de verdere uitrol van VDJS. Gebruik van KNRM-app en tracking-apps van belang voor IJsselmeer, Wadden en kustzone is prima, maar elke toerzeiler moet ook vertrouwd zijn met het gebruik van de marifoon.

In VDJS verband aandacht blijven besteden aan de voordelen en de noodzaak van het gebruik van de (mobiele) marifoon.



4. Beperkende regelgeving

Regelgeving is nodig, maar terughoudendheid is gewenst

4.1 Marcom- B-verplichting voor Marifoon DSC-D

Marcom-B eist uitgebreide kennis van alle systemen. Er is een alternatieve route via het Short Range Certificate (SRC), waarvoor in Nederland examen kan worden afgelegd. Het SRC hoeft niet te worden aangemeld bij het Agentschap Telecom. Dat geldt wel voor de registratie van de apparatuur, die met het SRC mag worden bediend.

4.2 AIS-B Transponder

Voor de recreatievaart op zee is AIS-B een actief en goed bruikbare instrument, maar vervangt de radar niet. Het gebruik van AIS is de eigen verantwoordelijkheid van de jachtschipper. Hij/zij kan niet rekenen op alertheid van de beroepsvaart. Door drukke scheepvaart op de Noordzee kan het voorkomen, dat de grote vaart de AIS-B weg filtert. Daar de radar altijd aan blijft staan, blijft er aandacht nodig voor goede radarreflectoren. Hier valt nog veel te verbeteren. Actieve reflectoren zijn prima alternatieven.

Standpunt. Info over marifoongebruik en AIS tijdens de TZ-evenementen voortzetten.

4.3 Vaartuigregistratie

De politie geeft aan, dat opsporing van gestolen jachten daardoor verbetert. Dat zal in bepaalde gevallen zeker zo zijn, maar de grootste categorie gestolen vaartuigen zijn speedboten op trailers, die ondanks dubbele registratie zelden worden teruggevonden. Ook vanwege de mogelijke stap naar een vaarbelasting is registratie van toerzeiljachten ongewenst..

Standpunt. Geen uiterlijke vaartuigregistratie. Wij zijn van mening dat naam en thuishaven voldoende identificatie is. Het BPR vereist ook naam en woonplaats te vermelden. Wij adviseren deze gegevens aan de binnenzijde van het schip aan te brengen om misbruik zo veel mogelijk te voorkomen. Eigen registratie als eigendomsbewijs is uiteraard een geheel ander hoofdstuk.

4.4 Verplicht Vaarbewijs met praktijkexamen voor jachten ?

Thans is het vaarbewijs verplicht voor vaartuigen langer dan 15 meter of die sneller varen dan 20 km/uur. Ernstige ongelukken worden in veel gevallen veroorzaakt door onoplettendheid, onverantwoordelijk gedrag, onervarenheid met het eigen vaartuig of motorpech.

Standpunt. Acties als “Varen doe je samen”, ”Kijk ook eens achter je” “Houd stuurboordwal” en “Is de tank vol?” zullen meer effect hebben, dan een landelijk praktijkexamen. Bovendien is de handhaving nu al een probleem. Het onderwerp is echter in beweging. De commissie blijft dit volgen en zal zo nodig een nader standpunt formuleren.

4.5 Snelvaren,

Met RIB’s en andere snelboten [sneller dan 20 km/u] wordt in toenemende mate te hard gevaren op het Wad langs plaatranden. Snelvaren is alleen toegestaan in de vaargeul. De Toerzeilers participeren in acties naar de politiek om excessen tegen te gaan.

Standpunt. Samen met andere organisaties blijven aandringen op effectieve handhaving.



5. Betaalbaarheid

5.1 Bruggen en sluizen beheerd door provincies, gemeenten of waterschappen vragen merendeels passagegeld. Omdat de netto-opbrengsten marginaal zijn in verband met de inningskosten en omdat men watertoerisme wil bevorderen is in Fryslân- in combinatie met de invoering van centrale bediening- het passagegeld afgeschaft.

Standpunt. Het klompje is een weinig efficiënte manier van betalen, niet van deze tijd zeker bij drukke punten.. Standpunt: geen bruggeld, zie ook vaarbelasting 5.3

5.2 Regionale heffingen.

Toeristenbelasting en heffingen voor gebruik van watergebieden via vaste en tijdelijke ligplaatsen wordt steeds meer gemeengoed. Getroffen watersporters kunnen bij klachten terugvallen op de jurisprudentie inzake het heffingen-systeem.

Standpunt: vaste ligplaatshouders zijn geen toeristen; dus geen toeristenbelasting. Een vrijwillige bijdrage met een vaantje, zoals bij de Marrekrite, is iets anders. Veel watersporters zien dit als een erezaak.

5.3 Vaarbelasting.

De OESO heeft in het verleden aanmerking gemaakt op het ontbreken van het doorrekenen van kosten aan de watergebruiker (vaarbelasting|). Ook de EU zou de waterdiensten graag belast zien. Duitsland werd als eerste aangesproken, maar won het conflict bij het Europese Hof. Toch blijft het idee van een vaarbelasting in Nederland “boven de markt hangen “. Eerdere plannen leden schipbreuk, omdat de perceptiekosten niet opwogen tegen de toenmaals geschatte opbrengst van circa 100 miljoen.

Waterrecreatie Nederland bestudeert thans hoe een bijdrageregeling kan worden opgezet naar het model van de vispas. De gelden moeten door de private watersportsector worden beheerd en gebruikt voor (co)investering.

Standpunt. Principieel hebben De Toerzeilers zich altijd uitgesproken tegen een vaarbelasting en voor een eventuele vaarbijdrage. Er is geen reden die standpunt te wijzigen. Wel zal de commissie nauwgezet volgen hoe de vaarbijdrage-regeling wordt uitgewerkt en hoe deze correspondeert met onze belangen. Dus geen vaarbelasting, die in de Algemene Middelen van het Rijk verdwijnt. . Invoering van een vaarbijdrage moet gelijk op gaan met het afschaffen van brug- en sluisgelden en andere waterheffingen


6. Landschap.

6.1 Openheid

Door de openheid van Wadden, IJsselmeergebied en Zeeuwse Delta zijn zij een uniek Nationaal of Werelderfgoed Er zijn nog maar weinig plekken in ons dichtbevolkte land, waar men zulke vergezichten ziet en men de ruimte zo beleeft. Bovendien zijn IJsselmeer en Wadden Natura 2000 gebied. De windmolens rondom het IJsselmeer vormen een 150 meter hoog hek met ernstige horizonvervuiling. ’s-Nachts komt daar de aanzienlijke lichtvervuiling bij door de rijen rood knipperende ledlampen.

Standpunt. Openheid handhaven; van essentieel belang voor toerzeilers. De Toerzeilers hebben zich met andere natuur- en recreatie-organisaties gekeerd tegen het Windpark Fryslȃn nabij Makkum. Geen aanpassing na de vele zienswijzen. Tezamen met andere organisaties is beroep aangetekend bij de Raad van State. Reden te meer tegen verdere aanslagen bezwaar te maken. De pilot van de Inspectie Leefomgeving en Milieu om de lichthinder te verminderen volgen en zo nodig becommentariëren.

6.2 Windmolenparken.

De Regiegroep Recreatie & Natuur heeft in een “position paper” gesteld, dat windmolens langs bestaande infrastructuur zoals wegen, kanalen, sluiscomplexen en spoorlijnen moeten worden geplaatst. Of op industrieterreinen. Dit hoeft het landschap niet te schaden.. Geen parken binnen de 12-mijls zone.

Standpunt . Mee eens. Windparken buiten de 12-mijlszone zijn, gezien de Nederlandse verplichtingen, acceptabel en hebben sterk de voorkeur boven grote concentraties in het IJsselmeergebied en de Zuidwestelijke Delta.. Doorvaarbaarheid voor de recreatievaart is inmiddels voor alle parken geregeld behalve voor de verder weg gelegen Gemini parken. Aandacht blijft noodzakelijk; zie ook 1.3

6.3 Lichtvervuiling.

Donkere plekken zijn er nauwelijks meer in Nederland. De sterrenhemel verbleekt. Vogels, vleermuizen en vele mensen hebben behoeft aan donkere gebieden.

Standpunt. In Natura 2000 gebieden, maar ook daar buiten, licht- en lawaaibronnen beperken en afschermen. Verlicht wat verlicht moet worden; rond schijnende verlichting is een vorm van milieuverontreiniging. Meewerken aan creatieve oplossingen, maar geen kleurtjes als bijv. een groen booreiland.



7. Natuur en Milieu

7.1 Beheerplannen Natura 2000

De ontwerp-beheerplannen zijn na lange tijd nagenoeg alle gepubliceerd. Volkerak en Zoommeer ontbreken nog wachtend op de zoet-zout beslissing. Inmiddels is er ook twijfel; de plannen gaan uit van individuele soortbescherming in plaats van het ecologisch gezond maken van gebieden en zijn daardoor te star. Dit is ook de inzet van de Regiegroep Recreatie & Natuur voor de herziening van de EU-richtlijn in 2017.

Speciale aandacht verdient het ontwerp-plan voor het IJsselmeergebied. Het beheerplan voor de Voordelta is vastgesteld en alleszins acceptabel. Ook de plannen voor de Noordzeekustzone, de Waddenzee en de Deltawateren hebben niet geleid tot zienswijzen van De Toerzeilers.

Standpunt. Uitgangspunt beheerplannen: aan vastgestelde “bestaand gebruik” moet niet getornd worden. Flexibiliteit moet ingebouwd worden; onnodige afsluitingen moeten worden voorkomen. Verdere beperkingen van de recreatie zijn niet acceptabel.

7.2 Gedragscodes

Er is een wildgroei aan “gedragscodes” ontstaan. Er zijn formele regels zoals in de nieuwe wet Natuurbescherming en daarnaast tal van regionale initiatieven ( zie Wadden en IJsselmeer).Voor elk gebied een andere. Zelfs jachthavens maken gedragscodes!

Het is daarbij van belang dat provincie en gemeente met hun informatieloket duidelijk maken wat de nieuwe wet Natuurbescherming en de Omgevingswet voor de recreant betekenen en hoe de gedragscode(s) er op aansluiten. Gedragscodes moeten niet alleen aanbevelingen en standpunten omvatten, maar ook hoffelijk en voorkomend vaargedrag promoten.

Standpunt. Er zou één landelijke gedragscode moeten komen, met artikelen voor speciale gebieden zoals de Wadden en het IJsselmeer, die het wenselijke gedrag ten opzichte van natuur en milieu voor allen duidelijk maakt! Die gedragscode moet dan wijd verspreid worden. VDJS als nationaal programma is daarvoor het meest geëigend, maar de gedragscode moet ook betrokken worden bij de vaarbewijs-training.

7.3 Artikel 20 – gebieden

Voor recreanten gesloten natuurgebieden

Standpunt. In een dichtbevolkt land moet men uiterst terughoudend omgaan met het instellen van reservaten, die recreanten buitensluiten. Zo mogelijk naar seizoen of gebruiksperiode differentiëren (flexibiliteit; hand-aan-de-kraan principe) .. Dynamische zonering (doorvaart waar het kan, afsluiten waar en wanneer het moet) moet staande praktijk worden.

7.4 Antifouling

Opnieuw zijn er geluiden om koper in het milieu te verminderen, door het gebruik als antifouling in de recreatievaart te verbieden. Maar hoe schadelijk is de huidige concentratie? En hoe groot is de bijdrage van de waterrecreatie? Waarom blijft de beroepsvaart buiten schot? Als men bedenkt hoe groot het oppervlak van de binnenkant van koperen drinkwaterleidingen is, dan valt het onderwateroppervlak van de recreatie daarbij in het niet.

De effectiviteit van de door de industrie aangeboden verfsoorten varieert.

Standpunt. Verkoop van bepaalde antifouling domweg verbieden is geen aanvaardbare oplossing. Wel meewerken aan het vergelijken van de gebruikte middelen om tot een standaard te komen, die de belasting voor het milieu minimaliseert. Vooral het aanbieden van goede alternatieven voor zelfslijpende antifouling is van belang. Het brengt stoffen in het water, die via de vis weer op het bord belandt.



8. Organisatie Waterrecreatie.

Door de toetreding van het Watersportverbond tot Waterrecreatie NL in 2016 heeft de waterrecreatie weer één stem op nationaal niveau gekregen.

Het is nu van belang in 2017op specifieke terreinen en in de regio’s de samenwerking tussen relevante bonden te versterken om de slagkracht niet alleen nationaal maar ook regionaal te vergroten. Op regionaal niveau kan met het Watersportverbond en andere bonden en verenigingen ook nu reeds goed worden samengewerkt, maar het kan beter en effectiever.

De omvorming van het Platform Waterrecreatie tot het Gebruikersnetwerk van Waterrecreatie NL vormt hiervoor een uitstekend aanknopingspunt.

Standpunt. In concrete dossiers altijd oog hebben voor mogelijke samenwerking om de uitwerking van inspraak en zienswijzen zoveel mogelijk te vergroten. Mankracht inzetten voor thema- en regiogroepen van het Gebruikersnetwerk.