Hoornse Hop

Zienswijze De Toerzeilers op de luwtemaatregelen in het Hoornse Hop

Mede dankzij inspraak van onze vereniging heeft Minister Schultz van Haegen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu in de bestuurlijke vergadering van het MIRT op 13 oktober 2016 samen met de provincies besloten in te stemmen met het advies van de Stuurgroep Markermeer-IJmeer (SMIJ) om te stoppen met de planuitwerking en realisatie van de Luwtemaatregelen Hoornse Hop en in overleg met de SMIJ een nieuwe verkenning te starten om een andere maatregel te ontwikkelen voor het Toekomstbestendig Ecologisch Systeem (TBES) in het Markermeer-IJmeer. (zie Nieuwsbrief 3 van RWS)

De commissie Vaarbelangen blijft dit proces op de voet volgen en neemt o.a. deel aan het overleg over het zgn. inregelplan om te zorgen dat er maximaal aandacht wordt besteed aan het bestrijden van het fonteinkruid.
De complete tekst over De Hoornse hop leest u in het artikel.

De commissie Vaarbelangen heeft namens De Toerzeilers een zienswijze opgesteld op de Kennisgeving Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Luwtemaatregelen in het Hoornse Hop.

Zienswijze De Toerzeilers op BARRO heeft resultaat!

De minister heeft de wijzigingen op het BARRO (besluit administratieve regels ruimtelijke ordening) vastgesteld. De commissie heeft in haar zienswijze op BARRO
op de concept-wijziging gereageerd met bezwaar tegen de eilandplannen, die her en der opduiken mn. in het Hoornse Hop. In de definitieve versie is bepaald, dat projecten, die geen directe relatie hebben met kust/dijkversterking- met daarbij expliciet vermeld zelfstandige eilandplannen voor natuurontwikkeling- niet worden geaccepteerd. Een prachtig resultaat!


Zienswijze van de Nederlandse Vereniging van Toerzeilers (De Toerzeilers) op de “Kennisgeving Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Luwtemaatregelen in het Hoornse Hop”


1. Belang Vaarrecreatie
Het IJsselmeergebied bestaat uit Randmeren en “groot water”met een uniek landschap.
Weidsheid, openheid, ruimte, licht en rust zijn wezenskenmerken, die in een veelheid van overheidsdocumenten worden erkend. Aantasting daarvan moet worden voorkomen. Het is niet voor niets dat het gehele IJsselmeergebied voor zeilers een unieke aantrekkingskracht heeft. Zeilers willen graag ruim water zonder obstructies om bij alle windrichtingen hun vaardoelen te bereiken.
Zij genieten daarbij van het spel met wind, zeilen en vaartuig en van natuur en landschap.
De Toerzeilers ondersteunen dan ook noodzakelijk maatregelen ter bescherming van de natuur, ondermeer in het kader van Natura 2000, maar keren zich tegen onnodige belemmeringen.
Ongeveer de helft van onze ruim 3000 leden heeft een ligplaats in of nabij dit gebied.

2. TBES en het slibprobleem
Het is uit alle documenten duidelijk, dat het slibprobleem als belangrijkste oorzaak wordt gezien van de “Autonome Neergaande Trend” (ANT).
De bodem van ongeveer de helft van Markermeer/IJmeer bestaat uit klei en leem, dat langzaam erodeert tot slib met een deeltjes grootte rond de 30 micron. Dit slib wordt door golfslag opgewerveld, waardoor het doorzicht vermindert en de bodem te weinig licht ontvangt om de waterplanten te laten groeien.
Als remedie ziet men luwtestructuren om de opwerveling te voorkomen en verondiepingen om meer licht op de bodem te verkrijgen.
Het in de NRD gepresenteerde voorkeursalternatief staat op gespannen voet met het behoud van de ruimte en de weidsheid van het Markermeer. Er is op geen enkele manier ingegaan op mogelijkheden in de vooroever- zo nodig gecombineerd met kust- of dijkversterking- luwtestructuren en natuurbouw te realiseren met een veelvoud aan mogelijkheden voor overgangen diep/ondiep dan met de voorkeursvariant wordt geboden. Dit terwijl in de kustzone- bijv. tussen Hoorn en Edam zoals in de MIRT2 studie wordt geconstateerd- het water al helderder wordt en waarop kan worden voortgeborduurd. Wij verwijzen hier ook naar het rapport van Witteveen en Bos (rapport luwtestructuren, de essentie van het TBES, juli 2012), waarin ook wordt gesuggereerd een combinatie met vooroeverdijken te overwegen. Wij zien de vooroeveraanpak wel terug bij de plannen voor de Houtribdijk met de lagune-suggesties.
Ook het door W&B genoemde leren van de systemen waar het goed gaat (stap voor stap aanpak) en “learning by doing” komt in de NRD onvoldoende tot uiting. Het moet weer zo nodig grootschalig worden aangepakt met als “wenkend “(?) perspectief Archipel Oost tot 7 eilanden uit te bouwen met een onomkeerbare aanslag op ruimte en weidsheid.
Tenslotte merken wij nog op, dat de slibopvang in de zandwinput naar de mening van de MER commissie (MER Markerzand) is onderschat. Ook dat vermindert de urgentie van de luwtedammen.

3. De eilanden en waterplanten.
De NRD is tweeslachtig. Aan de ene kant wordt gesproken over de verondieping beschermende luwtedammen, aan de andere kant is het eiland voor en eiland na met mogelijkheden voor uitbreiding met recreatievoorzieningen, een recreatiestrand, vogelkijkhut etc. In de wetenschap, dat er langdurig zand zal worden gewonnen- de MER Markerzand spreekt van 30 jaar- zal er een continu streven zijn overtollig materiaal goedkoop, dus nabij af te zetten. Het zandwinproject is duidelijk de drijvende kracht en niet de visie op het Markermeer, een visie die niet alleen daar maar voor het gehele IJsselmeergebied node wordt gemist.
De Toerzeilers vindt dat deze eilandontwikkeling op gespannen voet staat met het Barro, waar eilandontwikkeling niet samenhangend met dijk- of kustversterking niet is toegestaan. Men kan twisten of het hier gaat om “zelfstandige” eilandontwikkeling. Wij vinden van wel. Er is geen enkele dwingende reden overtollig materiaal in te zetten voor het voorkeursalternatief. Ook bij de industriezandwinning van Smals onder Gaasterland wordt niet gesproken van aanpalende “noodzakelijke” eilandvorming. Daar zal overtollig materiaal gewoon naar elders worden afgevoerd en wordt bovendien het werkeiland zelf expliciet als tijdelijk aangemerkt.

Beschermende simpele structuren zijn toegestaan, maar waarom zou men die willen aanleggen als er in het Hoornse Hop al overdadige plantengroei voorkomt? Waarom dan verdere verondieping? Het fonteinkruid belemmert de (recreatie)vaart in het Hoornse Hop al dusdanig dat er jaarlijks op aanzienlijke schaal gemaaid moet worden. Ook om op termijn de laag groeiende kranswieren de gelegenheid te geven terug te komen zoals nu in de Gouwzee al het geval is. Het alternatief is voor De Toerzeilers dan ook: geen luwtestructuren en blijven maaien totdat de kranswieren voet aan de grond krijgen en de bodem stabiliseren.
Het is van belang de conclusies van de proef met 1800 meter damwand voor de kust van de Gemeente Zeevang in gedachten te houden: golfluwte brengt nog geen helder water, omdat stroming slibdragend water van elders aanvoert.
Laten wij ook alles in perspectief blijven zien: ca. 2000 ha verondieping als gevolg van de voorgestelde luwtestructuren is ca. 3,5 % van het totale Markermeer. De forse investering van 9 mln. Euro incl. de 500.000 voor recreatie kan effectiever en met meer meekoppel-potentie in de vooroeveraanpak worden gestoken met als essentieel gegeven dat het Hoornse Hop wordt gespaard.
De structuur ligt midden in het Hoornse Hop en vormt een gevaar voor de scheepvaart. Nachtelijke bebakening met licht verkleint het “donkere gebied” van het Markermeer, dat zo gewenst is.

Onze zienswijze is: geen luwtestructuren/eilanden in het Hoornse Hop en daaraan gekoppeld is ons advies aan de MER commissie: werk als alternatief voor de voorkeursvariant de vooroeverontwikkelingsmogelijkheden uit en analyseer de overgang van fonteinkruid naar kranswieren en de daarvoor bepalende factoren.